Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • -
  • +

Home » Onderwerpen » Dierziekten » Q-koorts » Veelgestelde vragen Q-koorts » Tankmelkonderzoek en vaginaalswabs

Tankmelkonderzoek en vaginaalswabs

Pagina laatst bijgewerkt op 9 juli 2010 om 14:05 uur.

1. Wanneer is een bedrijf verdacht en wanneer wordt een bedrijf daadwerkelijk besmet verklaard? Hoe wordt een verdachtmaking of besmetting bekend gemaakt?

De Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) onderzoekt de tankmelkmonsters. Als het monster positief blijkt, dan wordt hetzelfde monster voor bevestiging opgestuurd naar het CVI (Centraal Veterinair Instituut). Wanneer de uitslag van dit bevestigingsonderzoek ook positief is, wordt een bedrijf verdacht verklaard. Zowel de veehouder als de VWA worden hierover geïnformeerd.

De VWA bezoekt vervolgens het bedrijf. Tijdens dit bezoek wordt opnieuw een monster van de tankmelk genomen voor onderzoek bij het CVI. Als blijkt dat ook in dit tweede monster de Q-koortsbacterie aanwezig is, wordt een bedrijf besmet verklaard. De veehouder ontvangt dan een ‘besmettingsbrief’ van de VWA.

Naar boven

2. Hoe werkt de tankmelktest?

De tankmelktest is een PCR-test (polymerase chain reaction). Er wordt gekeken naar een specifiek, uniek stukje DNA (genetisch materiaal) van Coxiella burnetii, de Q-koortsbacterie. De test geeft alleen een reactie als dit specifieke, unieke stukje DNA in het monster aanwezig is. Als het DNA van de Q-koortsbacterie in het monster is aangetoond, is daarmee ook de bacterie aangetoond.

Naar boven

3. Geeft de PCR-test op tankmelk altijd een betrouwbare uitslag?

De PCR-test van het CVI, het referentielaboratorium van het ministerie van LNV, heeft een specificiteit van 100%. Dit betekent dat de test geen vals-positieve uitslagen geeft. De uitslag van de test wordt alleen positief als er ook daadwerkelijk een stukje DNA van de Q-koortsbacterie aanwezig is. Is het DNA van de Q-koortsbacterie niet aanwezig, dan geeft de test ook geen reactie.

Naar boven

4.De grens voor een positieve of negatieve uitslag is 100 eenheden in het monster. In welke eenheden wordt er gerekend?

De grens voor een positieve of negatieve uitslag, ligt op 100 eenheden in het monster. Er wordt gerekend in de eenheid CFU ( colony forming units) aan de hand van de PCR-uitslag. Dit zegt iets over het aantal bacteriën per monster. Een negatieve uitslag wil niet zeggen dat er geen enkele bacterie is gevonden.

Naar boven

5. Hoe kan het dat het tankmelkonderzoek op een bedrijf de ene keer positief is en de andere keer negatief of laagpositief?

De uitslagen van het tankmelkonderzoek kunnen wisselend positief, laagpositief en negatief zijn. Besmette dieren scheiden de Q-koortsbacterie namelijk niet altijd uit. Dat is ook de reden dat het CVI (Centraal Veterinair Instituut) een bevestigingsonderzoek doet op een tweede monster dat op een ander tijdstip is genomen.

Ook de mate waarin de bacterie wordt uitgescheiden varieert. Vlak na het lammeren is de uitscheiding in de melk het hoogst, maar in de loop van de tijd neemt dat af. Het feit dat er minder of geen bacteriën in de melk worden aangetroffen betekent echter niet dat het dier niet meer besmet is. Op het moment dat een besmet dier weer drachtig wordt, vermenigvuldigt de Q-koortsbacterie zich weer in de placenta en is er opnieuw risico dat bij het lammeren of bij een abortus miljoenen dan wel miljarden bacteriën vrij komen. Dan is de bacterie ook weer in grote hoeveelheden in de melk terug te vinden.

Naar boven

6. Mijn geiten en schapen zijn onlangs gevaccineerd. Heeft vaccinatie gevolgen voor de aanwezigheid van de Q-koorts bacterie in de tankmelk?

Vaccineren tegen Q-koorts heeft geen invloed op de uitslag van tankmelkonderzoek. Veehouders lopen daarom geen risico dat hun bedrijf als gevolg van vaccinatie mogelijk als besmet wordt aangemerkt. Onderzoek van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) en het Centraal Veterinair Instituut (CVI) heeft dit aangetoond.

Naar boven

7. Sinds wanneer en voor wie geldt het verplichte tankmelkonderzoek?

Sinds 1 oktober 2009 zijn alle houders van meer dan 50 melkgeiten- of melkschapen verplicht om een tankmelkmonster te laten onderzoeken op aanwezigheid van Coxiella burnetii, de bacterie die Q-koorts veroorzaakt.

Naar boven

8. Wat is de frequentie van het tankmelkonderzoek?

Op 1 oktober 2009 is het tankmelkonderzoek ingesteld. Er is toen begonnen met een frequentie van eenmaal per twee maanden. Sinds 14 december 2009 vindt het tankmelkonderzoek één keer per twee weken plaats, in plaats van iedere twee maanden. Het verhogen van de frequentie was nodig, omdat bleek dat besmette dieren niet constant en niet altijd evenveel Q-koortsbacterie uitscheiden. En ook omdat besmette bedrijven zo snel mogelijk ontdekt moeten worden.

Vanaf 15 juli 2010 zal de frequentie het tankmelkonderzoek op niet-besmette bedrijven worden verlaagd tot eenmaal per maand. Op besmette bedrijven zal de tankmelk nog wel iedere twee weken worden onderzocht.

Tijdens het lammerseizoen zal op alle bedrijven, besmet of niet besmet, het tankmelkonderzoek weer tweewekelijks plaatsvinden. Dit is omdat tijdens het lammerseizoen de uitscheiding van bacteriën weer kan stijgen. In die periode is het risico voor bedrijven om besmet te raken het grootst, en het is daarom belangrijk om regelmatig te controleren zodat besmette bedrijven zo snel mogelijk worden ontdekt.

Naar boven

9. Wat is een onderzoek met een vaginaalswab?

Bij een vaginale swab wordt een wattenstaafje in de vagina gebracht en langs de vaginawand geveegd. Op het wattenstaafje wordt vervolgens een PCR-test (polymerase chain reaction) uitgevoerd. Er wordt gekeken naar een specifiek, uniek stukje DNA van in dit geval Coxiella burnetii, de Q-koortsbacterie. De test geeft alleen een reactie als dit specifieke, unieke stukje DNA op de swab aanwezig is. Als het DNA van de Q-koortsbacterie in het monster is aangetoond, is daarmee ook de bacterie aangetoond.

Naar boven

10. Kun je aan onderzoek op een vaginaalswab zien hoeveel bacteriën het dier uitscheidt?   

Nee, de test op een vaginaalswab (uitstrijkje) laat alleen zien óf een dier de bacterie bij zich draagt. De test is al positief als er één bacterie op het monster zit. Je kunt dus niet zien hoeveel bacteriën het dier uitscheidt.

Naar boven

11. Wat zegt het aantreffen van de Q-koortsbacterie op vaginaalswab van één of enkele dieren over de vraag of de andere dieren op het bedrijf besmet zijn of niet?

Het aantreffen van de Q-koortsbacterie op de vaginaalswab van het ene dier zegt niets over de vraag of andere dieren wel of niet besmet zijn.

Naar boven

12. Wat zegt het aantreffen van de Q-koortsbacterie op vaginaalswab van één of enkele dieren over het risico voor de volksgezondheid?

Als de Q-koortsbacterie wordt aangetroffen op de vaginaalswab van een dier, dan is er een grote kans dat dit dier de Q-koortsbacterie bij zich draagt. Je weet dit echter nooit zeker, omdat de Q-koortsbacterie overal in het milieu voorkomt, en je dus nooit kunt uitsluiten dat de bacterie bijvoorbeeld uit de lucht of uit de vacht afkomstig is. Indien de vaginaalswab echter zorgvuldig wordt afgenomen is de kans op contaminatie klein en kan met redelijke zekerheid worden gezegd dat een dier besmet is met de Q-koortsbacterie. Dit betekent echter niet direct dat het dier ook een gevaar vormt voor de volksgezondheid.

Naar boven

13. Waarom wordt een bedrijf niet op basis van onderzoek op vaginaalswabs besmet verklaard?

Een vaginaalswab zegt alleen iets over de besmetstatus van het individuele dier, niet over de hoeveelheid bacteriën die door dat dier of de andere dieren worden uitgescheiden. En daarmee dus ook niets over het risico voor de volksgezondheid. Daarom verklaart de overheid bedrijven niet op grond van een vaginaalswab besmet.

Naar boven

14. Hoe kan het dat bij onderzoek op vaginaalswabs van dieren de Q-koortsbacterie wordt aangetroffen, terwijl de tankmelkonderzoek negatief is?

De test op de vaginaalswabs kunnen al positief worden bij één bacterie. Bij de tankmelktest, waar de melk van alle dieren bij elkaar zit en de besmette melk dus zeer verdund wordt, kan het voorkomen dat bij weinig bacteriën er geen/te weinig bacteriën in het monster terecht komen om een positieve uitslag te geven.

Een vaginaalswab zegt alleen iets over de besmetstatus van het individuele dier, niet over de hoeveelheid bacteriën die door dat dier of de andere dieren worden uitgescheiden.

Naar boven

15. Hoe kan het dat bij een bedrijf de tankmelktest positief is, maar dat de Q-koortsbacterie niet is aangetroffen op vaginaalswabs van dieren?

Bij onderzoek op de vaginaalswabs van dieren worden doorgaans een aantal dieren uit de koppel individueel getest door het nemen van een soort uitstrijkje. Als de uitslag negatief is, kan dit betekenen dat het dier niet geïnfecteerd is met Q-koorts. Dit kan niet met zekerheid gezegd worden omdat besmette dieren de Q-koortsbacterie het ene moment wel uitscheiden, en het andere moment niet. Het is daardoor mogelijk dat een dier wel besmet is met Q-koorts, terwijl er geen bacterie wordt aangetroffen op de vaginaalswab.

In een tankmelk wordt de melk van alle geiten verzameld. Hier worden dus veel meer geiten tegelijk getest. Een positieve uitslag van het tankmelkonderzoek betekent dat in elk geval enkele dieren op het bedrijf besmet zijn met de Q-koortsbacterie. Dit hoeft dus niet te betekenen dat álle dieren op het bedrijf besmet zijn met Q-koorts.

Naar boven