Home > Organisatie > Minister Verburg
De ruimingen van drachtige geiten zorgen voor veel beroering in Nederland. En terecht! Zelf heb ik er, zoals ik al eerder heb aangegeven, ook grote moeite mee. Het went nooit om het leven van op het oog gezonde, drachtige dieren te moeten beëindigen. Maar alle bestrijdingsmaatregelen worden genomen vanuit het belang van de volksgezondheid. Vorig jaar zijn er in Nederland 2.300 mensen ziek geworden van de Q-koortsbacterie. Daarom is alles er nu op gericht om het aantal zieken naar beneden te krijgen.
Over de bestrijding van de Q-koorts krijgen minister Klink en ik veel brieven van burgers en van organisaties. Begrijpelijk, want wie het ergens niet mee eens is, moet dit kenbaar kunnen maken. En het is goed dat zoveel mensen zich betrokken voelen. Zo vragen mensen zich af waarom we niet eerder hebben ingegrepen. Daar ga ik graag op in, omdat dit in de media niet altijd helder wordt. Al eerder, toen de eerste signalen binnenkwamen, hebben we onderzoek gestart naar de mogelijkheden om deze ziekte in te dammen. Mede op basis hiervan hebben we de afgelopen jaren diverse maatregelen genomen. Helaas is gebleken dat deze niet afdoende waren. Daarom hebben we op advies van diverse deskundigen aanvullende maatregelen getroffen, zoals het laten doden van de drachtige dieren op met Q-koorts besmette bedrijven. Eerder ingrijpen was niet mogelijk omdat er geen testmethode beschikbaar was om besmette bedrijven op te sporen.
Sinds 2007 informeren minister Klink en ik regelmatig huisartsen over de Q-koorts. Het doel hiervan is om ervoor te zorgen dat artsen alert zijn op Q-koorts, zodat ze de ziekte tijdig kunnen herkennen en behandelen.
Ook vragen mensen zich af of het doden van dieren wel op een voor het dier zo pijnloos mogelijke manier gebeurt. Het antwoord op deze vraag is 'ja': het doden zelf gebeurt zo diervriendelijk, rustig en waardig mogelijk. Er is een aparte welzijnscommissie benoemd die controleert of de maatregelen worden uitgevoerd op een voor het dierenwelzijn verantwoorde manier. De commissie heeft al drie keer gerapporteerd en vindt dat het goed gaat.
Verder vragen mensen zich af waarom alle drachtige dieren op besmette grootschalige melkgeitenbedrijven worden geruimd en dieren op kleinschalige houderijen en kinderboerderijen niet. Dat lijkt meten met twee maten, maar we hebben heel goed naar het risico op besmetting van dier op mens laten kijken. Bij een kleinschalige houderij is dat risico heel klein. Met de Q-koorts weten we dat het risico nooit nul kan zijn. De bacterie is er en zal er blijven. Terugdringen is ons doel.
Er zijn zelfs mensen in het buitenland die hun zorgen kenbaar maken. Brigitte Bardot stuurde mij rond Kerstmis een brief. Zij schreef mij onder andere dat Q-koorts bij de mens tot niet meer leidt dan een eenvoudige griep die met antibiotica kan worden behandeld. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken. Ik heb haar geantwoord dat er vorig jaar zes mensen zijn overleden aan de Q-koorts. En vele anderen ondervinden er nog dagelijks de gevolgen van, ondanks de antibiotica die ze daarvoor krijgen en ondanks de tijd die er intussen overheen is gegaan. We verwachten dat vaccinatie van dieren er voor het belangrijkste deel toe zal bijdragen dat mensen de ziekte niet meer krijgen. Maar dat helpt niet meer bij de dieren die nu drachtig zijn. Daarom valt er niet aan te ontkomen die te ruimen, hoezeer dat ook mij door de ziel snijdt.
Deze crisis raakt ons allemaal, zowel de dieren als de mensen, zowel de zieken als de boeren, en natuurlijk de geiten, schapen, bokken, hun jongen en de consumenten van de producten van deze dieren. Ik heb echter vertrouwen in een toekomst waarin wij mensen en dieren beter tegen deze infectie kunnen beschermen. Minister Klink en ik doen er alles aan om te voorkomen dat een aanpak als deze opnieuw nodig zal zijn.
Gerritje (Gerda) Verburg werd op 19 augustus 1957 geboren te Zwammerdam.
Na het behalen van de diploma’s MAVO en HAVO volgde zij een jaar vormingsonderwijs in Utrecht. Van 1976 tot 1980 studeerde zij personeelswerk en arbeidsverhoudingen aan de Christelijke Sociale Academie De IJsselpoort in Kampen.
Van 1980 tot 1982 was zij algemeen secretaris van de Christelijke Plattelands Jongeren (CPJ) Zuid-Holland en Noord-Brabant; tot 1986 was zij belast met het jongerenwerk van de Hout- en Bouwbond CNV en tot 1990 was zij voorzitter van de jongerenorganisatie van het CNV. Zij maakte daarna tot 1997 deel uit van het bestuur van het CNV. Zij vestigde zich daarna als zelfstandig ondernemer communicatie en projecten.
Mevrouw Verburg was van 1998 tot 2007 voor het CDA lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Zij was onder meer lid van de Sociaal-Economische Raad en van de Stichting van de Arbeid, lid van het bestuur van het Europees Vakverbond, van ICCO (Interkerkelijke organisatie voor ontwikkelingssamenwerking), van de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie en van de Stichting Geuzenverzet.
Mevrouw G. Verburg werd op 22 februari 2007 benoemd tot minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het Vierde Kabinet-Balkenende.
Naar boven