Vroeger werden platteland en landbouw in een adem genoemd, maar de tijden zijn veranderd. Zowel in economische als in culturele zin raken stad en land steeds meer met elkaar vervlochten, waardoor het platteland zijn oorspronkelijke karakter en veelzijdigheid verliest.
Het aandeel van de landbouw in de regionale economie (productie, werkgelegenheid) neemt steeds verder af. De diensteneconomie is ook in plattelandsgebieden al lang een feit. Van economische achterstanden ten opzichte van steden is geen sprake. Het voorzieningenniveau in plattelandskernen staat weliswaar onder druk, maar met de sociale samenhang op het platteland is weinig mis.
Andere functies dan de landbouw eisen op het platteland steeds meer ruimte op: woningbouw, infrastructuur, zorg, industrie en recreatie. Het platteland blijft daarnaast de voorraadkamer voor water, natuur, landschap en biodiversiteit. Ondanks alle veranderingen is de verwachting dat de landbouw ook in de toekomst het gezicht van het Nederlandse platteland zal blijven bepalen.
In 2004 is de Agenda voor een Vitaal Platteland ( AVP) uitgekomen, een integrale nota waarin de ontwikkelingen en de beleidsopgaven voor de komende jaren zijn geschetst. Een leefbaar platteland en een vitale en duurzame agrarische sector staan daarin centraal.
Doel van de AVP is:
Tegelijkertijd is ruimte nodig voor economische (agrarische) bedrijvigheid op het platteland, zonder dat dit ten koste gaat van de typische plattelandswaarden als cultuurhistorie, natuur of landschap.
In het tegelijk met de AVP gepresenteerde meerjarenprogramma ( MJPAVP) staat een overzicht van de inzet van de ministeries van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV), Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu ( VROM) en Verkeer & Waterstaat ( V&W) voor het platteland in de komende jaren.
De doelstellingen in het MJP zijn gericht op:
Het geld uit het Investeringsbudget Landelijk Gebied ( ILG) zorgt ervoor dat er meer samenhang komt in het plattelandsbeleid, omdat gelden van diverse regelingen er in opgaan.
Daarnaast worden ook middelen van andere overheden ingezet: provincies, waterschappen, gemeenten en de Europese Unie.
Het plattelandsontwikkelingsprogramma ( POP) bijvoorbeeld, geeft in elk van de lidstaten de kaders aan waar Europese middelen kunnen worden ingezet voor de versterking van het landelijke gebied. Het POP2 geldt voor de periode 2007-2013.
Naar bovenTegelijk met de AVPis ook de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en Pieken in de Delta aan de Tweede Kamer aangeboden. De Nota Ruimte vormt het bestuurlijk uitgangspunt voor de AVP.
In de Nota Ruimte staat de visie op de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. De bijbehorende uitvoeringsagenda geeft inzicht in een integrale, samenhangende en gecoördineerde uitvoering van het rijksbeleid, in het bijzonder gericht op de Nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur.
Door de Nota Ruimte zijn er meer mogelijkheden ontstaan om op het platteland te gaan wonen en om de diversiteit aan economische functies te vergroten. Het oude ruimtelijke ordeningsbeleid is van tafel.
Naar bovenHet is de kunst om de diverse belangen van het platteland op gebiedsniveau helder tegen elkaar af te wegen en zo mogelijk te (laten) combineren, zoals bij agrarisch natuurbeheer. De rol van de verschillende overheden verandert.
De rijksoverheid stuurt alleen nog maar op hoofdlijnen (voorzieningen aanbieden, randvoorwaarden stellen) en decentrale overheden (provincie en gemeente) krijgen meer ruimte bij de uitvoering van het beleid. Uitgangspunt is: 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. De vraag vanuit het gebied staat daarbij voorop.
Naar boven