Home » Onderwerpen » Internationaal » Europa » Voedselveiligheid
'Het vertrouwen van de consument in de veiligheid van levensmiddelen is in de afgelopen jaren soms aangetast door een aantal opeenvolgende schandalen en crises. Om hier iets aan te doen heeft de Europese Unie een brede strategie ontwikkeld om het vertrouwen van de burgers in de veiligheid van hun voedsel 'van boer tot bord' te herstellen.' (Bron: de Europese Unie)
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV) is het met deze strategie eens. Voor de veiligheid van mens en dier wil LNVdat voedsel op duurzame wijze wordt geproduceerd en dat de herkomst eenvoudig te achterhalen is. De manier waarop voedsel wordt geproduceerd, moet duidelijk zijn zodat de consument een bewuste keuze kan maken.
Voor de productie van voedsel legt het ministerie een grote verantwoordelijkheid bij de boeren, tuinders en vissers. Het bedrijfsleven is zelf verantwoordelijk voor de dagelijkse controle en keuring binnen het bedrijfsproces. De overheid, in dit geval de Voedsel- en Waren Autoriteit ( VWA) en de Algemene Inspectiedienst ( AID) wil zich steeds meer richten op het toezicht op de controles door het bedrijfsleven: 'toezicht op toezicht'.
Het Europese beleid voor voedselveiligheid regelt dat de Europese consumenten zonder zorgen het voedsel kunnen consumeren dat binnen de Europese Unie ( EU) wordt geproduceerd en ingevoerd. De EUmaakt onderscheid tussen dieren en dierlijke producten (vlees, melk, eieren, enz) enerzijds en algemene levensmiddelen anderzijds (waaronder tuin- en akkerbouwproducten). Ook de handel in levende dieren en dierlijke producten is op Europees niveau geregeld.
De gezondheid van dieren en de wijze waarop levensmiddelen worden geproduceerd bepalen de veiligheid van voedsel. Bepaalde dierziekten kunnen namelijk een gevaar voor de volksgezondheid vormen (zoönoses) en tijdens het productieproces kunnen levensmiddelen besmet raken.
Een aantal voedselschandalen en dierziektecrises heeft het vertrouwen van de consument in de veiligheid van levensmiddelen in de afgelopen jaren af en toe negatief beïnvloed. De Europese Unie wil het vertrouwen van de burgers in de veiligheid van het voedsel herstellen.
Naar bovenIn 2000 heeft de Europese Unie een Witboek Voedselveiligheid gepubliceerd. Hierin presenteert de EUhaar plannen voor het Europese voedselveiligheidsbeleid. Dit Witboek is een rechtstreeks gevolg van de vele voedselveiligheidscrises van de afgelopen jaren en de versnipperde wetgeving voor voedsel en diervoeder. De voorstellen uit het Witboek zijn inmiddels bijna allemaal uitgevoerd.
Bij het maken van deze voorstellen zijn alle belanghebbenden betrokken: naast de overheden van de lidstaten ook het grote publiek, niet-gouvernementele organisaties, beroepsorganisaties, handelspartners en internationale handelsorganisaties. Het witboek heeft geleid tot een algemene Europese levensmiddelenverordening en tot de oprichting van de European Food Safety Authority ( EFSA). Dit is een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan dat de Europese Commissie adviseert over de risico's voor de voedselveiligheid.
Naar bovenDe ALV wordt vanaf begin 2002 in fases ingevoerd. De afspraken over traceerbaarheid en meldplicht bij calamiteiten zijn vanaf 1 januari 2005 in Nederland van kracht geworden. De wet geldt voor de hele keten ‘van boer tot bord’:
In elk stadium van deze keten is de producent verantwoordelijk voor de veiligheid van het product. Dit geldt ook voor ondernemers in de diervoedersector.
In de ALV zijn de basisprincipes van het levensmiddelenbeleid vastgelegd. Er zijn Europese regels voor alle aspecten van levensmiddelenproductie:
Vanaf 1 januari 2006 is het zogenaamde 'Hygiënepakket' voor de hele keten van kracht. Hoewel er al voor diverse schakels in de keten hygiëne-eisen bestonden, zijn deze nu opgesteld in de vorm van open normen. Ook de hele primaire sector is verplicht zich aan deze normen te houden.
Naar bovenLidstaten moeten kunnen garanderen dat producten en dieren die binnen de EUworden verhandeld geen dierziekten verspreiden. De aanpak en bestrijding van dierziekten is binnen de hele Europese Unie op dezelfde uitgangspunten gebaseerd. Het dierziektenbeleid van de Europese Unie komt tot stand in overleg met andere organisaties, zoals de Office Internationale des Epizooties (wereldorganisatie voor diergezondheid).
Naar bovenDieren en dierlijke producten die de Europese Unie worden ingevoerd, moeten aan dezelfde of aan gelijkwaardige eisen voldoen als de producten die in de EUworden geproduceerd. Dit heeft te maken met mogelijke gevolgen voor de volks- en diergezondheid binnen de EU.
Soms eist de EU hogere normen voor voedselveiligheid dan de normen die internationaal zijn vastgelegd. Vooral ontwikkelingslanden ondervinden hierdoor problemen bij de afzet van hun voedsel op de markten van de Europese lidstaten.
Sinds de invoering van de interne markt wordt de import van dieren of dierlijke producten uit andere lidstaten incidenteel gecontroleerd door de lidstaat waar deze producten binnenkomen. Het land van verzending is daarmee automatisch verantwoordelijk voor de 'eindcontrole'. Hierdoor kan een product dat wordt ingevoerd via bijvoorbeeld de haven van Rotterdam, verder vrij vervoerd worden binnen de EU.
Naar boven