Home » Onderwerpen » Internationaal » Europa » Gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB)
Het Gemeenschappelijke visserijbeleid (
GVB) van de Europese Unie is de basis voor het zeevisserijbeleid in Nederland. Dit beleid werd in 1983 van kracht en in 1992 en in 2002 herzien. Hieronder staan de belangrijkste thema's in het Europees visserijbeleid.
Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen over het Gemeenschappelijk visserijbeleid, neem dan een
abonnement op het onderwerp Europa.
Een toelichting op de thema's staat hieronder.
Het gaat al een tijd niet goed met een aantal visbestanden. Daarom zijn de afgelopen jaren de quota voor schol en tong fors verlaagd. Daar is bijgekomen dat de Raad van visserijministers in 2007 het meerjarenplan voor schol en tong in de Noordzee heeft goedgekeurd. Het meerjarenplan is een langetermijnplan om de visbestanden , op een verantwoord niveau te brengen en te houden. Het plan wordt uitgevoerd in twee fasen.
In fase 1 is de strategie om veilige biologische grenzen voor de tong- en scholbestanden te bereiken. Dat gebeurt door de komende jaren te blijven korten op de quota. Daarnaast stelt de EU jaarlijks aantallen dagen vast, waarop een visser op zee mag zijn (zeedagen). Dit om evenwicht te brengen tussen de visserijmogelijkheden en de beschikbare hoeveelheden vis. Deze maatregelen blijven van kracht tot de schol- en tongbestanden binnen veilige biologische grenzen zitten.
Zijn de schol- en tongbestanden op een verantwoord niveau, dan zullen de Europese visserijministers besluiten nemen voor de tweede fase. De maatregelen zullen dan gericht zijn op het beheren van de bestanden op zogenaamde Maximaal Duurzame Opbrengstniveaus ( Maximum Sustainble Yield). Een beleid geënt op Maximum Sustainble Yields ( MSY) moet voorkomen dat kwetsbare bestanden instorten. Ook zorgt het ervoor dat de bestanden in omvang kunnen toenemen.
Visbestanden op het duurzame MSY-niveau ('het kapitaal') zijn zodanig groot dat daarvan jaarlijks, met veel minder inspanning, een overschot ('de rente') geoogst kan worden. Het overschot is gemakkelijker te vangen door de grotere omvang van de bestanden. Dit is een belangrijke doorbraak, die voortvloeit uit de afspraken van de internationale conferentie over duurzame ontwikkeling (Johannesburg 2002).
Naar bovenDe Nederlandse overheid streeft ernaar het Europese visserijbeleid zo goed mogelijk te handhaven en de Europese verplichtingen op het terrein van de controle en handhaving volledig uit te voeren. Dit betekent concreet dat de handhaving op onderstaande punten gericht is:
Doel van de Regionale Advies Raden ( RARs) is gebruik te maken van de kennis en ervaring van belanghebbenden in de visserij, milieu -en consumentenorganisaties en wetenschap en om de belanghebbenden meer te betrekken bij het maken van beleid. De RARs kunnen de Europese Commissie gevraagd en ongevraagd adviseren over uiteenlopende onderwerpen en commissievoorstellen op het terrein van het Europees visserijbeleid.
Naar bovenDe EU heeft voor de periode 2007-2013 in het Europees Visserijfonds ( EVF) 48,6 miljoen euro gereserveerd voor de Nederlandse vissector. Samen met nationale bijdragen is tussen 2007 en 2013 in totaal ruim 120 miljoen euro voor vernieuwing en verduurzaming van de vissector beschikbaar. Deze middelen worden voornamelijk ingezet voor het bevorderen van vernieuwing en verduurzaming. De komende jaren zullen vissers, kwekers, handel en verwerking flink moeten investeren in nieuwe duurzame technologie en duurzame vormen van samenwerking. Technologische innovatie en het ontwikkelen van nieuwe product- en marktcombinaties zijn immers van essentieel belang voor het overleven van de sector. Daarom ondersteunt de overheid proef- en samenwerkingsprojecten, die kunnen leiden tot duurzame technieken, die in de markt kunnen worden ingevoerd.
Naar bovenZeeën en oceanen hebben een grote verscheidenheid aan levensvormen: mariene biodiversiteit. Deze mariene biodiversiteit krijgt in tegenstelling tot de biodiversiteit op het land zeer weinig bescherming. Mariene biodiversiteit staat echter onder steeds grotere druk. Oorzaken zijn overbevissing, vervuiling, verstoring en klimaatverandering door tal van andere menselijke activiteiten.
De Noordzee is één ondeelbaar ecosysteem en het Gemeenschappelijk visserijbeleid is een Europese bevoegdheid. Daarom is het nationaal beleid noodzakelijkerwijs sterk Europees getint. Nederland draagt actief bij aan de Europese invoering en verdere ontwikkeling van de vergroening van het Europese visserijbeleid.
Naar bovenEen deel van de Europese vissersvloot mag vissen op visbestanden buiten de Europese wateren. Daarom voert de Europese Commissie onderhandelingen over visserijovereenkomsten met landen buiten de EU. Dankzij die overeenkomsten kan de Europese vloot vissen op de overschotten aan vis in de territoriale wateren van niet- EU-landen. Tegelijkertijd kan in de wateren van die landen een verantwoorde en duurzame visserij worden bevorderd. De specifieke voorwaarden van de overeenkomsten (vangstmethoden, financiële tegenprestaties, vissoorten, enzovoort) worden vastgelegd in zogenaamde 'protocollen'. Deze hebben een looptijd van meerdere jaren.
Wat vroeger gewoon toegangsregelingen met een financiële vergoeding waren, zijn nu echte partnerschappen voor de ontwikkeling van duurzame en verantwoorde visserij. Het is de bedoeling om de ontwikkelingslanden te helpen bij het opzetten van een eigen visserijbeleid dat zowel bijdraagt aan de economische ontwikkeling als aan de bescherming van de visbestanden.
Naar boven