Home » Onderwerpen » Kennis en innovatie » Biotechnologie » LNV en biotechnologie
Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft een aantal verantwoordelijkheden op het gebied van biotechnologie. De belangrijkste is de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het Nederlandse voedsel. Het ministerie van LNV zorgt door middel van controles dat deze kwaliteit goed is en blijft. Ook begeleidt het ministerie van LNV vergunningaanvragen voor activiteiten die met biotechnologie te maken hebben. In Europees verband is het ministerie betrokken bij de voorbereiding van nieuwe wetgeving op het gebied van biotechnologie.
Bij de controle van de kwaliteit van het Nederlandse voedsel werkt het ministerie van LNV met Europese regelgeving voor etikettering en traceerbaarheid van genetisch gemodificeerde organismen, levensmiddelen en diervoeders. Controles worden uitgevoerd door onder andere de Voedsel en Warenautoriteit (VWA).
Sinds 2004 is er nieuwe Europese wetgeving van kracht voor de handel in genetisch gemodificeerde producten. Sindsdien zijn de eerste EU-marktvergunningen voor genetisch gemodificeerde teelt en handel afgegeven. Een bedrijf dat in Nederland bijvoorbeeld genetisch gemodificeerd zaaizaad wil importeren of op de markt wil brengen, heeft daarvoor een vergunning van de EUnodig. Het ministerie van LNVbegeleidt vergunningaanvragen die in Nederland worden gedaan voor markttoelating van zaaizaad en diervoeders.
Voor de toepassing van biotechnologie bij dieren hanteert het ministerie van LNV een 'Nee, tenzij-beleid'. Binnen de kaders van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren en het Besluit Biotechnologie bij Dieren, behandelt het ministerie vergunningaanvragen voor het verrichten van biotechnologische handelingen bij dieren. Vergunningen worden alleen verleend als er geen doorslaggevende ethische bezwaren bestaan tegen de voorgestelde toepassing.
Het ministerie van LNV is nauw betrokken bij het voorbereiden van nieuwe Europese wetgeving op het gebied van biotechnologie. Nieuwe wetsvoorstellen worden intensief doorgesproken met andere overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Ook bij internationale organisaties vraagt het ministerie van LNVaandacht voor het onderwerp. Bijvoorbeeld bij de Verenigde Naties (VN), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Verder speelt bij het telen van genetisch gemodificeerde gewassen de zogenaamde coëxistentie: het naast elkaar telen van wel en niet genetisch gemodificeerde gewassen. Uitgangspunt van het LNV-beleid is dat boeren en tuinders keuzevrijheid hebben bij het telen van gewassen. Mogelijk kan door het overvliegen van stuifmeel bij naast elkaar gelegen akkers zogenaamde uitkruising optreden tussen wel en niet genetisch gemodificeerde gewassen. De vraag is daarbij hoe de gevolgen van uitkruising geregeld kunnen worden.
Op het snijvlak van biotechnologie, natuur en biodiversiteit is het ministerie van LNV ook actief. Het ministerie geeft invulling aan internationale verdragen door ze te vertalen naar nationaal beleid. Verder neemt het ministerie van LNV zelf ook initatieven, bijvoorbeeld door beheerders van natuurterreinen kennis van biotechnologie te laten opdoen.