Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • -
  • +

Home » Onderwerpen » Duurzaam ondernemen » Maatschappelijk verantwoord ondernemen » Schoon en Zuinig

Schoon en Zuinig

Het kabinet heeft grote ambities voor klimaat, energie en milieu. Het wil van Nederland een van de schoonste en zuinigste energielanden in Europa maken. In het werkprogramma 'Schoon en Zuinig: Nieuwe energie voor het klimaat' beschrijft het kabinet de ambities voor onder andere energiebesparing, duurzame energie en het terugdringen van CO2-uitstoot. Zeven ministeries, waaronder het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), voeren het programma uit.

Noodzaak

Anders omgaan met energie is noodzakelijk. De mens vervuilt de atmosfeer met broeikasgassen, bijvoorbeeld uitlaatgassen van auto’s, de uitstoot uit cv-ketels en stoffen die vrijkomen in de industrie. Veertien procent van de broeikasgassen in Nederland is afkomstig uit de agrarische sectoren, zoals de veehouderij, de glastuinbouw en de voedselindustrie. Zo verandert de mens het klimaat.

Bovendien raken natuurlijke energiebronnen op, bijvoorbeeld gas en olie. Er is dus een omslag nodig in het omgaan met energie, een transitie. Daarom werken bewindslieden samen aan een schoon en zuinig Nederland.

Naar boven

De ambities

Het kabinet heeft in september 2007 het werkprogramma 'Schoon en Zuinig: Nieuwe energie voor het klimaat' vastgesteld. Daarin staan de volgende ambities:

  • De uitstoot van broeikasgassen, met name CO2, in 2020 met dertig procent verminderen vergeleken met 1990.
  • Het tempo van energiebesparing de komende jaren verdubbelen van één procent nu naar twee procent per jaar.
  • Het aandeel duurzame energie van het totale energiegebruik verhogen van ongeveer drie procent nu naar twintig procent in 2020.
Naar boven

LNV en Schoon en Zuinig

Het ministerie van LNV zet zich samen met de agrarische bedrijven in om de ambities van het programma Schoon en Zuinig waar te maken. Daarvoor zijn concrete afspraken gemaakt, waarbij duidelijk is wat van de bedrijven wordt verwacht en wat de overheid doet. De afspraken gaan bijvoorbeeld over:

  • Minder gebruik van aardgas in de glastuinbouw door meer gebruik te maken van zonne-energie en aardwarmte.
  • Nog meer gebruikmaken van dubbel functionerende cv-ketels in de glastuinbouw en de agrarische industrie. Dubbel functionerend betekent dat de ketels niet alleen warmte maar tegelijk elektriciteit maken. Die stroom leveren ze aan ons nationale stroomnet dat scheelt in de nationale uitstoot.
  • Het gebruiken van mest van koeien, kippen en varkens om stroom op te wekken en ook de warmte die daarbij ontstaat weer slim te gebruiken.
  • Het benutten van snoeihout uit de bossen, gemeentelijke parken of de eigen achtertuin, voor de opwekking van warmte en de productie van elektriciteit.
  • Gebruik van slachtafval en slachtvet om groene stroom te maken en biodiesel.
  • Minder uitstoot van de extra schadelijke broeikasgassen methaan en lachgas in de veehouderij en akkerbouw, bijvoorbeeld door minder kunstmestgebruik.
Naar boven

Groene grondstoffen

Het ministerie van LNVen de bedrijven willen in de toekomst veel meer gebruikmaken van ‘groene energie’. Dat is energie afkomstig uit natuurlijk materiaal (biomassa). Een economie die veelal duurzame grondstoffen benut, wordt ook wel een groene economie of een bio-based economy genoemd.

De agrarische sector is een belangrijke leverancier van duurzame grondstoffen: biomassa komt onder meer vrij bij het maken van zuivelproducten of het brouwen van bier. Biomassa kan ook voor andere doeleinden gebruikt worden, bijvoorbeeld voor het maken van chemische materialen. Zo kun je uit aardappelschillen bioplastic maken.

Naar boven

Meer informatie