De ministerraad is op 12 oktober 2007 akkoord gegaan met het wetsvoorstel Dieren. Hierin worden diverse bestaande, soms verouderde wetten voor dieren samengebracht. De GWWD hoort hier ook bij.
Het wetvoorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het wetsvoorstel zal de wet van kracht worden.
Bij de eerste wet die dieren beschermde, was het dier niet belangrijk. In 1886 werd in het Wetboek van Strafrecht mishandeling van een dier strafbaar gesteld. De reden hiervoor was dat de 'zedelijke gevoelens' van mensen die de mishandeling moesten aanzien of aanhoren werden gekwetst.
In 1961 werd die wet gewijzigd. Nu werd het strafbaar om een dier opzettelijk pijn te doen of te kwellen zonder 'redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is'. Als je verantwoordelijk was voor een dier en er niet goed voor zorgde, was je strafbaar. Deze regels waren echter erg ruim en vaag geformuleerd. Het was daardoor heel moeilijk om iemand op grond van deze wet te straffen.
Aan het eind van de jaren zestig wordt ook het welzijn van dieren belangrijk. Toen ontstond de intensieve veehouderij, waarbij heel veel dieren werden gehouden op weinig grond. Mensen gingen zich afvragen of dat wel zo goed was voor die dieren. Ze vonden dat dieren er niet alleen maar zijn voor het nut van de mens. Dieren hebben ook een eigen waarde. Dit wordt de intrinsieke waarde van het dier genoemd.
Naar bovenOm aantasting van dierenwelzijn zo klein mogelijk te maken, besloot het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV) een nieuwe wet te ontwerpen. Deze nieuwe wet werd in 1992 aangenomen, en heet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ( GWWD). Uitgangspunt van deze wet is dat je geen handelingen met dieren mag verrichten, tenzij in de wet staat dat het wel mag (dit wordt het 'nee, tenzij'- principe genoemd). Dit in tegenstelling tot de vorige wetten, waarbij je bijna alles mocht doen, tenzij in de wet stond dat het niet mocht.
De GWWDgeldt voor alle dieren die door mensen gehouden worden, dus productiedieren, hobbydieren en gezelschapsdieren. Voor in het wild levende dieren geldt wel het verbod uit de GWWDom de dieren zonder redelijk doel pijn of letsel toe te brengen. Verder is de Flora- en faunawet op deze dieren van toepassing. De min of meer in het wild levende grote grazers, die worden ingezet bij het beheer van natuurgebieden, vallen voor sommige aspecten onder de GWWDen voor andere onder de Flora- en faunawet.
De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is een 'kaderwet'. Dat betekent dat de wet een soort raamwerk geeft waarbinnen de uiteindelijke regels vastgesteld worden aan de hand van Algemene Maatregelen van Bestuur ( AmvB's) of Ministeriële regelingen. Het voordeel van een kaderwet is dat bij nieuwe ontwikkelingen de wet niet steeds hoeft te worden gewijzigd; er kan meteen op worden ingespeeld. De laatste jaren legt het ministerie van LNV de nadruk op andere instrumenten dan wet- en regelgeving, zoals voorlichtingscampagnes over dierenwelzijn, onderzoek en zelfregulering.
Naar bovenIn de GWWD staan algemene regels die voor alle dieren gelden. In deze algemene regels staat onder andere dat het verboden is:
Daarnaast is iedereen verplicht een hulpbehoevend dier zorg te verlenen.
Verder zijn er regels voor bijvoorbeeld:
Hoewel gezondheid en welzijn niet los van elkaar gezien kunnen worden, is het hier wel gedaan om de belangrijkste punten te belichten.
Gezondheid
Hierbij gaat het om de volgende zaken:
Verder worden eisen gesteld aan markten, tentoonstellingen, slachthuizen en vervoer.
Naar bovenIn de wet is bepaald dat:
Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt in dat een aantal strikte voorwaarden worden gesteld aan: