Home » Onderwerpen » Duurzaam ondernemen » Gewasbescherming
Een uitbraak van een plantenziekte, een plaag van een schadelijk organisme of onkruid kan grote gevolgen hebben voor de Nederlandse landbouw- en voedselproductie. En ook voor de handelspositie van Nederland.
Daarnaast tasten deze ziekten en plagen soms het landschap aan en kunnen ze een bedreiging vormen voor de verscheidenheid aan plant- en diersoorten. Onkruid wordt ook buiten de landbouw, in de bebouwde kom, op dijken en op spoorwegen, onwenselijk geacht.
Telers nemen daarom verschillende maatregelen om hun gewassen te beschermen tegen ziekten, plagen en onkruid. Gemeenten, waterschappen en spoorwegen nemen op hun beurt maatregelen om verharde oppervlakten vrij te maken van onkruid. Telers kunnen maatregelen, zoals grondbewerking, bemesting en teeltrotatie worden ingezet om het optreden van ziekten, plagen en onkruiden te beïnvloeden. Maar deze maatregelen bestrijden niet alle negatieve effecten voldoende. Daarom gebruiken de meeste telers ook gewasbeschermingsmiddelen. Voor het bestrijden van onkruiden op verharde oppervlakte wordt gebruik gemaakt van branders, stoomapparatuur, borstelmachines en onkruidbestrijdingsmiddelen.
Maar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan op zijn beurt ook negatieve effecten hebben, zoals op de gezondheid van mens, dier en milieu. Daarom stelt de overheid regels op en neemt ze maatregelen om schadelijke planten, ziekten, plagen en onkruid op een veilige en duurzame wijze te bestrijden of te beheersen. Duurzaam betekent dat er rekening gehouden wordt met de gezondheid van mens, dier en milieu èn de economie. Om die duurzaamheid te vergroten, heeft het Kabinet doelstellingen en maatregelen opgesteld in de kabinetsnota Duurzame Gewasbescherming.
In 2003 tekenden een aantal maatschappelijke partijen een convenant. Hierin staan afspraken om samen te werken aan de bescherming van het oppervlaktewater ten gevolge van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Ook werken de partijen aan alternatieve maatregelen die nodig zijn om op concurrerende wijze gewassen te telen. In het convenant staan daarom afspraken om innovatie te bevorderen, het management op bedrijven te verbeteren, een effectief en duurzaam middelenpakket te bevorderen, duurzame productie en consumptie te stimuleren en de handhaving effectiever te maken.
Naar bovenDe minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV) is eerstverantwoordelijk uitvoerder van de nota Duurzame Gewasbescherming. De minister van LNV neemt binnen dit beleidskader zelfstandig beslissingen of met collega-minister. Andere betrokken bewindslieden zijn de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer ( VROM), de ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ( SZW), Volksgezondheid, Werkgelegenheid en Sport ( VWS) en van Verkeer en Waterstaat ( V&W).
Het ministerie van VWS is eerstverantwoordelijke voor het residubeleid, het ministerie van VROM voor milieu, het ministerie van V&W voor waterkwaliteit en SZW voor het arbeidsomstandighedenbeleid.
Naar bovenDaarnaast is het ministerie van VROM eerstverantwoordelijk voor het biocidenbeleid. Biociden zijn chemische middelen die niet in gewassen worden ingezet, maar voor een breed spectrum aan andere toepassingen, zoals in ontsmettingsmiddelen voor ziekenhuizen, in aangroeiwerende verven en in middelen ter bestrijding van plaagdieren.
Naar boven