Home » Onderwerpen » Duurzaam ondernemen » Mest en milieu
Nederland kent een intensieve landbouw. De landbouwsector in Nederland heeft twee miljoen hectare grond in gebruik. Deze grond wordt ingezet voor het verbouwen van gewassen en voor het beweiden van vee, voornamelijk melkkoeien, schapen en geiten. Daarnaast heeft Nederland een intensieve veehouderijsector, die voornamelijk bestaat uit varkens en kippen. De veehouderij produceert een grote hoeveelheid mest die nuttig ingezet kan worden bij de teelt van gewassen.
Overmatig gebruik van mest - zowel dierlijke als kunstmest - zorgt voor te veel stikstof en fosfaat in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. Dat heeft negatieve gevolgen, bijvoorbeeld voor de natuurlijke soortenrijkdom en voor de drinkwaterbereiding. Een zichtbaar effect is een overdaad aan algen en kroos in sloten. Het mestbeleid heeft als doel dit soort negatieve gevolgen zoveel mogelijk te beperken.
Het Nederlandse mestbeleid is gebaseerd op een Europese richtlijn: de Nitraatrichtlijn (91/676/ EEG). De Nitraatrichtlijn bevat afspraken over de toegestane concentratie nitraat in het grond- en oppervlaktewater. De richtlijn verplicht lidstaten maatregelen te nemen, die ervoor zorgen dat de bemestingspraktijk in overeenstemming is met de gewenste waterkwaliteit. De belangrijkste onderdelen van het mestbeleid zijn:
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV) is volgens de Meststoffenwet verplicht elke vier jaar een onafhankelijke evaluatie van het mestbeleid te laten uitvoeren. In 2007 had de Evaluatie Meststoffenwet 2007 ( EMW 2007) plaats. In de evaluatie is gekeken hoe het mestbeleid heeft gewerkt en hoe de komende jaren de milieudoelen gehaald kunnen worden. (Bij 'Meer informatie' staan de rapporten van de evaluatie.)
Naar bovenDe Nitraatrichtlijn verplicht de EU-lidstaten om elke vier jaar een actieprogramma te maken met maatregelen die de hoeveelheid nitraat in het grond- en oppervlaktewater terugdringen. Het huidige - derde actieprogramma Nitraatrichtlijn - geldt voor de periode 2004 tot en met 2009. Minister Verburg van LNVheeft op 24 maart 2009 het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn naar de Tweede Kamer gestuurd. In dit vierde actieprogramma staat welke extra maatregelen vanaf 2010 worden genomen om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren.