Home » Onderwerpen » Voedselkwaliteit » Consumentenplatform » Bijeenkomsten 2005 » Recreatie en platteland
Het platteland bestaat uit kleine dorpen, bos, natuur, boerenland, recreatiegebieden en water. Zien consumenten het platteland nog steeds als recreatiegebied? Moet de overheid het platteland actief promoten als een plek om te recreëren? Hierover discussieerde het Consumentenplatform in maart 2005.
Het platteland is nog altijd in trek als recreatiegebied. Stedelingen willen echter meer georganiseerde activiteiten op het platteland, zoals dagjes bij de boer.
Nederlanders vinden het platteland belangrijk voor de Nederlandse identiteit en cultuur. Het beeld dat consumenten van het platteland hebben, is landelijk en eenvoudig: kleine dorpjes, boerderijen, lange landweggetjes om over te wandelen en weilanden met koeien en schapen.
Enkele cijfers uit de onderzoeken: Nederlanders maken per jaar bijna één miljard dagtochten, waarvan ongeveer 26 miljoen naar het platteland. Van de ondervraagden wandelt 53 procent en fietst 36 procent. Randstedelingen gaan liever in het buitenland naar het platteland.
Het Consumentenplatform vindt dat commerciële partijen moeten zorgen voor een gevarieerd aanbod van activiteiten en horecagelegenheden op het platteland. De overheid moet de voorwaarden scheppen om het platteland aantrekkelijk en bereikbaar te houden. Hierbij moet wel rekening gehouden worden met de geschiedenis en de cultuur.
Over het algemeen is het platteland redelijk goed bereikbaar ('Het platteland is beter te bereiken dan Zandvoort in de zomer'). Af en toe ondervinden consumenten problemen om de vrije tijd prettig op het platteland door te brengen, door files, geluidshinder en/of tijdgebrek.
Opvallend is dat bijna niemand met het openbaar vervoer naar het platteland gaat. Recreanten vinden dat onpraktisch en oncomfortabel. Toch zijn er maar weinig mensen die daar werkelijk ervaring mee hebben. Het Consumentenplatform vindt dat de overheid meer moet investeren in eenvoudige fiets- en voetverbindingen naar de groene omgeving van steden.
De meningen zijn verdeeld over actief promoten van het platteland als recreatiegebied. Aan de ene kant is de consument bang voor meer milieuvervuiling door zwerfafval en toenemend verkeer. Aan de andere kant juicht hij promotie toe, omdat meer recreatie goed is voor de plattelandseconomie en voor de gezondheid van de recreërende stedeling.
De overheid hoeft het recreatiegedrag van mensen niet te beïnvloeden: mensen kunnen zelf een keuze uit het aanbod maken. Wel is er een grote informatiebehoefte vooral onder de stedelingen. Door middel van reclamespotjes of een speciale plattelandswebsite kan hier aan worden voldaan.
Uit de discussie van het Consumentenplatform kwam nog een aantal andere suggesties. Zo kan het platteland toegankelijker worden door het plaatsen van klaphekjes bij uiterwaarden, akkers en weilanden.
Daarnaast vond het Consumentenplatform dat bewoners van het platteland economisch voordeel moeten hebben van hun eigen activiteiten, bijvoorbeeld door een toegangsprijs te heffen, verkoop van streekproducten en samenwerking tussen plattelandsondernemers.
Tenslotte suggereerde het Consumentenplatform om de opleidingen op het gebied van recreatie en het agrarisch onderwijs meer te laten samenwerken. De nieuwe generaties afgestudeerden zullen dan een completer beeld hebben van de mogelijkheden van het platteland.