Home » Onderwerpen » Voedselkwaliteit » Voedselrisico's » Dioxine
Dioxines komen van nature in kleine hoeveelheden in het milieu voor. Boven een bepaalde hoeveelheid is het zeer giftig en dus gevaarlijk voor de gezondheid. Dioxines ontstaan ook door menselijke activiteiten, zoals de verbranding van loodhoudende benzine en in afvalverbrandingsinstallaties.
Omdat dioxines zich vooral ophopen in vet, komen ze voor in vlees, melkproducten, vis en eieren. Om de volksgezondheid te beschermen, heeft de Europese overheid in de wet vastgelegd hoeveel dioxine er maximaal in voedsel mag voorkomen. De Nederlandse overheid voert hierop controles uit.
Om dioxinevervuiling van het voedsel in de toekomst tegen te gaan is die bij de bron aangepakt, bijvoorbeeld door loodvrije benzine in te voeren. Daarnaast zijn er maatregelen getroffen bij afvalverbrandingsinstallaties en bij de industrie. De hoeveelheid dioxine in voeding én milieu is daardoor de afgelopen twintig jaar aanzienlijk gedaald.
Omdat besmetting van onze voeding met dioxines mogelijk blijft door bijvoorbeeld ongevallen in de industrie, blijft de Nederlandse overheid opmerkzaam op deze schadelijke stoffen.
Als er teveel dioxine in veevoeder zit, worden de betrokken bedrijven stilgelegd om te voorkomen dat ons voedsel verontreinigt raakt. Pas als de voeders vrij van besmetting zijn én als er in de dierlijke producten geen verhoogde gehaltes dioxines meer zitten, mogen de bedrijven weer aan de slag.
De normen voor dioxines in het voedsel en veevoer zijn vastgelegd in de Algemene Levensmiddelenwet en de Kaderwet Diervoeders.
In 2001 heeft de Europese Commissie de normen voor dioxine vastgesteld na wetenschappelijke adviezen van de Europese Voedselveiligheids Autoriteit ( EFSA).
In 2006 heeft de EUde normen voor dioxines in levensmiddelen en veevoeders uitgebreid met normen voor dioxine-achtige PCB's. Deze stoffen komen vaak voor in combinatie met dioxines en hebben dezelfde schadelijke werking. Met ingang van 4 november 2006 zijn deze nieuwe normen van kracht (Verordening 199/2006 en Richtlijn 2006/13).