Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

  • -
  • +

Home » Onderwerpen » Dierziekten » Algemene informatie dierziekten » Preventie uitbraak besmettelijke dierziekten 

Preventie uitbraak besmettelijke dierziekten 

Verplichte wasplaats vervalt voor gesloten bedrijven

De verplichting om een wasplaats op het bedrijf te hebben, vervalt op 1 januari 2010 voor houders met tien of meer schapen, geiten en/of runderen die nooit dieren aanvoeren van andere bedrijven. Dat heeft minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit besloten.

Houders met tien of meer varkens, schapen, geiten en/of runderen moeten een eenvoudige wasplaats hebben die bedoeld is voor de reiniging en ontsmetting (R&O) van vervoermiddelen waarmee dieren zijn afgeleverd. Schapen-, geiten- en/of rundvee houders zijn hier van uitgezonderd indien zij vanaf 1 januari 2010 geen dieren meer aanvoeren. Voor de houders van tien of meer varkens geldt deze uitzondering niet, zij dienen altijd een eenvoudige wasplaats te hebben.

In de praktijk zal deze uitzondering met name van toepassing zijn op gesloten melkveehouderijbedrijven. Voor bedrijven met schapen en/of geiten blijft een eenvoudige wasplaats over het algemeen noodzakelijk omdat deze bedrijven meestal één of meerdere keren per jaar dieren aanvoeren.

Preventie

Onder dierziektepreventie verstaan we het geheel aan maatregelen dat wordt getroffen om het binnenkomen van dierziekten in Nederland en het verspreiden van dierziekten binnen Nederland te voorkomen. Omdat de gevolgen van een uitbraak van een besmettelijke dierziekte zeer ingrijpend en verstrekkend kunnen zijn, is dierziektepreventie ook een zaak van algemeen belang.

Daarom heeft het ministerie van LNV de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE's" ingevoerd. Deze regeling wordt ook wel de "Regeling preventie" genoemd. Door de VWA en AID wordt toegezien op de naleving daarvan. In het geval dat er toch een besmettelijke dierziekte in Nederland uitbreekt kunnen aanvullende en/of aangescherpte maatregelen getroffen worden.

Preventie van dierziekten is ook het Nederlandse uitgangspunt bij de ontwikkeling van het Europees Diergezondheidsbeleid. Daarnaast is preventie een belangrijk onderdeel van de Nationale Agenda Diergezondheid (2007-2015), en wordt er in dat kader bijvoorbeeld gewerkt aan vaccinatiestrategieën, goede identificatie en registratie van dieren en onderzoek naar wijze waarop dierziekten zich verspreiden.  

Rol van de ondernemer of houder van dieren

De eigenaar of houder van de dieren is altijd als eerste verantwoordelijk voor de gezondheid van zijn dieren en dient in het kader van preventie zo te handelen dat er geen besmettelijke dierziekten in Nederland worden ingesleept of verspreid.

De Regeling preventie omvat de regels rond reinigen en ontsmetten van bijvoorbeeld veetransportmiddelen en beperkende regels rond diercontacten. Het gaat daarbij vooral om rundvee, schapen, geiten en varkens.

Herziening Regeling preventie

In 2008 is de Regeling preventie herzien. Deze herziening was nodig om regels beter werkbaar en beter handhaafbaar te maken. De Regeling preventie is van oudsher een regeling waarvan het belang vooral ten tijde van een dierziektecrisis wordt ingezien.

Het bedrijfsleven wordt nu meer dan voorheen op haar verantwoordelijkheid aangesproken:

  • Bepaalde voorschriften zijn vervallen.
  • Waar mogelijk wordt gewerkt met doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften.
  • De regeling biedt de mogelijkheid om af te wijken van de standaardnormen door middel van kwaliteitssystemen.
  • Waar mogelijk zijn op het nationale verkeer de Europese handelsvoorschriften van toepassing.
  • Voorschriften zijn vereenvoudigd met zo min mogelijk administratieve lasten.

De Regeling preventie wordt nog steeds op punten aangepast omdat het beleidsterrein rond diergezondheid zich verder ontwikkelt. De meest recente kunt u vinden via www. wetten.overheid.nl

Kwaliteitssystemen

De preventieregelgeving biedt de mogelijkheid om te werken met private kwaliteitssystemen. Een kwaliteitssysteem dient erkend te worden door de minister. Deze kwaliteitssystemen dienen door het bedrijfsleven zelf opgesteld en uitgevoerd te worden en geven het bedrijfsleven dan extra vrijheden op gebied van bijvoorbeeld het verzamelen van dieren.

Meer informatie